In de orthomoleculaire praktijk kijken we al langer naar de samenhang tussen darmen en hersenen. De laatste jaren bevestigt de wetenschap steeds vaker wat we in de praktijk zien: een verstoorde darmflora kan samenhangen met cognitieve achteruitgang.
Een recente grote overzichtsstudie naar de darm-brein-as bij milde cognitieve stoornissen (MCI) en de ziekte van Alzheimer laat zien dat mensen met geheugenproblemen vaak een andere samenstelling van darmbacteriën hebben dan gezonde mensen.
De darm en het brein: één systeem
De darmen en hersenen communiceren continu met elkaar. Dit gebeurt via:
het immuunsysteem,
hormonen,
de nervus vagus,
en stoffen die darmbacteriën zelf produceren, zoals korte-keten vetzuren.
Wanneer de darmflora uit balans raakt (dysbiose), kan dat leiden tot:
verhoogde darmdoorlaatbaarheid (“leaky gut”),
chronische laaggradige ontsteking,
en uiteindelijk ook ontstekingsprocessen in de hersenen.
Dit soort neuro-inflammatie wordt gezien als een belangrijke factor bij cognitieve achteruitgang en Alzheimer.
Wat zag het onderzoek?
In veel van de onderzochte studies werd bij mensen met MCI of Alzheimer:
een verminderde diversiteit van darmbacteriën gevonden,
een toename van bacteriën die samenhangen met ontsteking,
en een afname van bacteriën die juist beschermende stoffen produceren.
Met name bacteriën die butyraat produceren (een belangrijke brandstof voor de darmwand en ontstekingsremmend molecuul) waren vaak verminderd.
Wat betekent dit vanuit orthomoleculair perspectief?
Orthomoleculaire therapie richt zich op het herstellen van de biochemische balans in het lichaam. De darmflora speelt daarin een centrale rol.
Factoren die de darmflora negatief kunnen beïnvloeden zijn onder andere:
sterk bewerkte voeding,
een tekort aan vezels,
chronische stress,
medicatiegebruik,
slaaptekort,
en een gebrek aan beweging.
Al deze factoren komen ook terug in het risicoprofiel voor cognitieve achteruitgang.
Kun je de darm-brein-as beïnvloeden?
In een aantal studies uit de review werden probiotica en voedingsinterventies onderzocht. Sommige daarvan lieten verbeteringen zien in cognitieve functies of in de samenstelling van de darmflora.
Hoewel het onderzoek nog niet eenduidig is, sluit dit goed aan bij wat we in de praktijk zien: voeding en leefstijl zijn krachtige knoppen om aan te draaien.
Denk bijvoorbeeld aan:
een vezelrijke, onbewerkte voeding,
voldoende omega-3 vetzuren,
gefermenteerde producten,
stressreductie,
en voldoende beweging.
De kernboodschap
Het onderzoek bewijst nog niet dat een verstoorde darmflora Alzheimer veroorzaakt. Maar het laat wel duidelijk zien dat er een sterke samenhang is tussen de gezondheid van de darmen en die van de hersenen.
Vanuit orthomoleculair perspectief is dat een belangrijke bevestiging: de basis van hersengezondheid ligt vaak in de darmen, voeding en leefstijl.
Door daar vroeg aandacht aan te besteden, kun je mogelijk niet alleen je spijsvertering verbeteren, maar ook je cognitieve gezondheid op de lange termijn ondersteunen.